Een verdrietige bezem

Totdat ik in 2001 naar Vietnam verkaste, heb ik veelvuldig opgetreden met Nederlandstalige liedjes. Veelal waren de liedjes volledig eigen werk, maar zo nu en dan ook een vertaling of een lied waar ik alleen maar mijn eigen stem en muzikale begeleiding aan leende. Voornamelijk als solist, maar - onder de naam "Terpentijn" - ook met andere mensen trad ik incidenteel op. Het allereerste duo waar ik deel vanuit maakte was echter "Gepakt en gezakt", dat ook nog als "Bogger en Fielt" door het leven ging. Samen met de in 2018 overleden Frank von der Möhlen, die bekendheid verwierf als de schrijver en dichter F. Starik, zette ik in 1977 Apeldoorn en omgeving op stelten: "Ik vormde met mijn vriend Cees Verburg het duo Bogger en Fielt. We zongen stomme liedjes. We traden in de Apeldoornse schouwburg op, meteen nadat Pieter van Vollenhoven heel mooi op de piano speelde. Hij had zijn haar heel precies achter zijn oren geveegd, wat in zijn geval ook niet heel moeilijk was. Cees zijn haar was toen nog langer dan het mijne. Je kon bijna niet meer zien of hij wel echt bestond. Een stok met haar erop, een soort verdrietige bezem. We zongen: 'Eerst heette ze Marijke, toen kon ze niet goed kijken, al heet ze nu Christine ze kan nog steeds geen flikker zien.' Iedereen kwaad natuurlijk."
   Uit: De geschiedenis van mijn haar, F. Starik

Een olieblik en wat snaren

Op de reusachtige, overdekte markt van Tabriz vond ik blik waarin ooit Griekse olijven hadden gezeten. Daar maak ik een gitaar van, was mijn eerste gedachte. In ons hotel het blik schoon gemaakt en een kleine week later begon ik gewapend met ijzerzaag en boor aan een project dat eindigde met een serie van zo'n twintig electrische gitaren. Van het voornemen om mijn dagelijks brood te verdienen met het maken en verkopen van Oil Can Guitars is uiteindelijk niets terecht gekomen, maar het zijn ware kunstwerkjes geworden, de handbeschilderde muziekinstrumenten die nu de muren van mijn werkkamer sieren. En ze klinken nog goed ook. Hoe goed? Oordeel zelf aan de hand van een drietal demofilmpjes.

De Bureaulade

Voor wie geen genoeg kan krijgen van mijn liedjes is er De Bureaulade: liedjes waar ik met veel plezier aan denk, maar die ik niet meer zo gauw zal spelen. Veel vertalingen zult u er aantreffen, evenals een instrumentaal nummmer en onvervalste blues. Speciale aandacht is er voor Randy Newman, de mijns inziens beste singer-songwriter van onze tijd. Maar ook de beste tekstdichters van Nederlandse bodem zijn vertegenwoordigd: Willem Wilmink (De oude school) en Rob Chrispijn (De regels van het gesticht).

De schrijver en de dood

Als zelfgeschreven liedjes je niet de erkenning brengen waarop je gehoopt had, kun je altijd nog een roman schrijven. Een dramatisch verlopen wereldreis met een vrouw waarvan ik de naam nog maar moeilijk over de lippen kan krijgen, vormde de inspiratie voor "Kort oponthoud". Redelijk ontvangen, evenals de verhalenbundel "Akropolis". Een derde schrijfsel is waarschijnlijk in een nooit meer geopende bureaulade van uitgever Henk Figee beland. Niet lang nadat ik hem het manuscript voor een roman toestuurde, overleed hij aan de gevolgen van een hersenbloeding. En hij is niet het enige dodelijke slachtoffer van mijn schrijverijen gebleken: K.L. Poll, oprichter van literair tijdschrift "Hollands Maandblad" ontviel ons een jaar nadat hij mijn verhaal "Akropolis" uit de gelijknamige bundel had gepubliceerd. En Pim Oets - u weet wel van "Niets dan goeds, die boeken van Oets" - ging na publicatie van mijn vuistdikke "Macro's maken in WordPerfect" (742 niet-literaire, edoch puike pagina's) failliet, om vervolgens het tijdelijke voor het eeuwige te verruilen. Desondanks meer weten? Klik hier - met gevaar voor eigen leven, dat wel...